What’s in a name?

Onlangs hielden we een sessie rond het eten van zeewier en algen. Wat bleek? Zeesla of suikerwier klinken veel lekkerder dan zeewier, en een alg met een naam als Dunaliella salina klinkt te veel als Salmonella – een vuil beest dus. Namen zijn belangrijk, ook bij wat we eten.

Names matter

Wie kinderen heeft, en zich al eens de kop heeft moeten breken over de benaming van een nieuw mensje, of wie opgezadeld zit met een niet zo leuke naam, weet maar al te goed hoe belangrijk een naam is voor een persoon. Aan namen hangen heel wat associaties vast, soms positief, soms negatief, soms zijn die persoonlijk, soms zijn het algemene associaties. Een naam als Dries roept het beeld op van een doordeweekse Vlaming, wat bij Romelu al veel minder het geval is – maar nu denken de meesten allicht wel aan Belgische voetballers. Namen kunnen neutraal of gekleurd zijn, gesofisticeerd, origineel of marginaal.

Ook voor bedrijven geldt dat. Op een bedrijfsnaam als ‘Alice down the rabbit hole’ krijg je weleens wat – vooral heel nieuwsgierige – reacties. Maar daar zijn we blij om. Ook bedrijfsnamen kunnen namelijk neutraal of gekleurd zijn, gesofisticeerd, origineel of marginaal. Van onze eigen bedrijfsnaam blijkt deze toch wel in de categorie ‘origineel’ te vallen. Gelukkig.

Zo nu en dan verandert een bedrijf eens drastisch van naam, om komaf te maken met bepaalde associaties. Zo veranderde rijstproducent Uncle Ben’s zijn naam (en logo) naar het meer neutrale Ben’s Original, net als de American football ploeg met de offensieve naam Washington Redskins, die nu als Washington Commanders door het leven gaan. Soms worden namen ook gewoon veranderd omdat ze te veel gelinkt zijn aan schandalen (Blackwater, Lance Armstrong Foundation) of slechte herinneringen (Dexia/Belfius). En soms omdat ze deel uitmaken van een strategisch plan (Facebook/Meta?).

Eten met je oren

Names matter, ook dus bij eten. Herkenbaarheid is een belangrijke factor, en vooral ‘herkenbaar als iets eetbaars’. Zeesla klinkt eetbaarder dan zeewier, en zaken als ‘microbieel eiwit’ zullen helaas ook op zoek moeten gaan naar een eetbaardere naam. Quorn is daar vrij goed in geslaagd, de naam klinkt namelijk wel een beetje als ‘corn’ (maïs), en dus worden er weinig vragen bij gesteld. Ook al komt er helemaal geen maïs aan te pas – het is een product op basis van eiwit uit een schimmel.

Dat we omzeggens ook eten met onze oren, blijkt duidelijk uit de menukaarten van restaurants. Want ‘romige soep met gekaramelliseerde uien en cognac’ klinkt lekkerder dan gewoon ‘uiensoep’, toch? Dat laatste bestel je allicht enkel als je er net een dagtocht onder het vriespunt op hebt zitten, en halfbevroren naar opwarming zoekt. Maar dan nog bestel je waarschijnlijk liever het eerste.

Klinkende namen: De fingerfood kaart van Woest in Gent doet mij toch altijd watertanden

Als het op eten aankomt, primeert bijna altijd de smaak. Ook bij diegenen die veel belang hechten aan hun gezondheid. Onderzoekers* bekeken of mensen gezonder gingen eten louter door de naam te wijzigen, en wat blijkt? Mensen zijn een pak meer geneigd om groentjes te bestellen én ze ook effectief op te eten als ze een benaming krijgen waarbij gefocust werd op de smaak – ‘caramelized balsamic and herb vegetable medley’ – dan als ze een benaming kregen waarbij gefocust werd op de gezondheid – ‘light n’ fit vegetables’. Dat laatste deed het zelfs nog slechter dan gewoon ‘vegetables’. Met de benaming komt het er ook op neer om de juiste verwachtingen te scheppen. Een precieze omschrijving, zoals ‘gegrilde courgette in een parmezaankorstje’ doet het daarbij ook beter dan een vage omschrijving als ‘heerlijk hartige courgette’.

Weet wat je eet

Maar eten mag je niet altijd om het even welke naam geven. Sommige benamingen van voeding zijn wettelijk beschermd, en nu en dan is er ook behoorlijk wat discussie over. Basisregel is sowieso dat een benaming de klant niet mag misleiden, en om dat te voorkomen zijn er soms heel strikte regels vastgelegd rond de benaming. Chocolade moet bijvoorbeeld een bepaald gehalte aan droge cacaobestanddelen bevatten (35%, waarvan minstens 12% cacaoboter), zo niet is de producent verplicht om het product ‘cacaofantasie’ of ‘imitatiechocolade’ te noemen. Ook mayonaise moet een minimum gehalte aan vet hebben, wat het producenten niet eenvoudig maakt als ze een variant met minder vet op de markt willen brengen, en moeten beroep doen op benamingen zoals ‘halvanaise’.

Maar de meeste discussies gaan over plantaardige alternatieven voor vlees- en zuivelproducten. Sojamelk mag niet sojamelk noemen, want melk is alleen weggelegd voor het vocht dat uit de uier van een dier komt, of van kokosnoten. Kokosmelk mag wel want dat is blijkbaar ingeburgerd. Daarom vind je op de verpakkingen rare benamingen zoals ‘amandeldrank’ of ‘gefermenteerd sojaproduct’, ook al spreekt iedereen tóch van amandelmelk en sojayoghurt. Je kan je afvragen in hoeverre die wettelijke beperkingen dan nog zinvol zijn. Het argument dat die benamingen misleidend of verwarrend zijn gaat alleszins niet echt meer op; ik moet de eerste nog tegenkomen die denkt dat sojamelk van een koe komt.

Maar misschien doet nét dan de benaming er eigenlijk niet zo veel meer toe…

Voor wie nog in de war zou zijn: enkel de linkse komt van een koe

Bronnen

Published by CharlotteBoone

Creative little bunny with a background in genetic engineering. Plenty of experience with food and nutrition science, science communication and inspiring creativity in others. And a knack for photography, design and repairing stuff.